Over het stilzetten van de realiteit

Het leven, en de manier waarop het vanaf de geboorte gepaard gaat met cultuur, is bijzonder. Een kind zal ervaren dat een huis bescherming biedt en een taal helderheid. En zo schrijdt het cultiveringsproces voort als een zich versterkend geloof. Maar, anders dan bij een onvoorwaardelijk geloof, doemen er ook al vroeg vragen op. Zo gauw een kind vragen kan, betekent dat, dat het ook andere mogelijkheden openhoudt in wat het als realiteit wordt voorgeschoteld. Dan wordt de vanaf het begin sluimerende verbeeldingskracht aangewakkerd. Die voortdurende cyclus van aanvaarden en vragen zet zich onder meer voort in wetenschap en – natuurlijk – in kunst. Met vragen wordt de aanvaarding, de realiteit, stilgezet en opnieuw bekeken. Die nieuwe situatie kan een compleet andere kijk op de realiteit geven, en soms botsen realiteit en voorstellingsvermogen. Zo ontstaat het absurde.

In het werk van Angelika Hasse lijkt het bijvoorbeeld of de beelden van de realiteit en de taal die erbij hoort, uit elkaar vallen en een nieuwe constellatie krijgen. Zo drijven de woorden in Heute… (2020) rond als eilanden. De tekst Heute 2 Stühle auf den Kopf geschlagen is uiteengedreven alsof hij zelf op het hoofd geslagen is. De schijnbaar impulsieve daadkracht die in de tekst zit, laat de woorden doelloos drijven en laat zien hoe absurd dat kan uitpakken. Dat gaat weer anders in Hoppla (2020), nóg een werk op papier dat gebaseerd is op een tekst. De tekst daar is heel kort: Hoppla jetzt komm ich. Hoewel hier ook ieder woord een eigen cel heeft, zweven die vier cellen tussen andere, lege cellen. Het is als een korte zin die schijnbaar impulsief wordt uitgesproken en waarbij een beweging en een persoon horen, maar waar beweging en persoon zijn weggenomen uit het verhaal. Wat overblijft is de kreet van vier korte woorden die blijft zweven in de ruimte als een herinnering. In beide werken verandert de tekst niet van betekenis; het is meer dat het beeld van de betekenis veranderd is.

Dat werkt anders in Muss es Kunst werden? (2020), een ander werk op papier. Of iets kunst moet worden, is een vraag die onlosmakelijk bij het kunstenaarschap hoort. De kwaliteitsvraag doet zich bij iedere kunstenaar voor, immers, als dat wat een kunstenaar aan het maken is niet aan zijn/haar kwaliteitseisen voldoet, dan kan het ook geen kunst worden. Maar wie stelt dan die vraag? De kunstenaar zelf? Of is het de cultuur om de kunstenaar heen die bepaalt wat kunst is? Is de kunstenaar zelf wel meester over het aanwenden van zijn/haar kwaliteiten? In Muss es Kunst werden? lijkt het een niet nader te duiden genius die de woorden uitspreekt. Hij bevindt zich in een donkere ruimte die omkaderd wordt met kleurige blokjes en driehoeken. Die geometrische vormen zijn niet willekeurig bont gekleurd. Ze zijn zorgvuldig gekozen op hun onderlinge lichtkracht en hun kracht tegenover het zwarte vlak waarin de bleekgroene genius staat te gebaren met zijn in het niets starende oog. Het is misschien niet voor niets dat het vragende groene figuurtje enigszins lijkt op hoe kinderen figuurtjes tekenen: met een gezicht waaraan de ledematen direct vastzitten. Het gezicht is wat het figuurtje menselijk maakt, de ledematen zijn er om te gesticuleren, de rest van het lichaam met al zijn levensfuncties is overbodig om de vraag te stellen. De vraag wordt op die manier, in die donkere ruimte waarin ze gesteld wordt, met de kleurige, zacht schijnende rand eromheen, zowel verinnerlijkt als tastbaar voor de kijker.

Dat wil niet zeggen dat alle werken van Hasse teksten bevatten. Echter, zelfs waar geen teksten zijn, lijkt de taal onzichtbaar aanwezig. In het schilderij Wie neu (2019) wordt het hele vlak ingenomen door de voorzijde van een ouderwets televisietoestel. De monitor staat uit, er is niets te zien, er kan nog van alles gaan gebeuren. Ondanks zijn ouderwetse uiterlijk is het apparaat daarom toch als nieuw. Uiteindelijk blijft het ook als nieuw, want het is immers geen televisie maar een schilderij; en zo gaat de taal op de loop met het beeld, al is er niet in een tekst voorzien.

Het meeste werk van Hasse is vrij klein. Pas recentelijk is zij werken van grotere afmeting gaan maken. Het kleinere formaat heeft het voordeel dat de situatie in een keer door de kijker van vrij dichtbij bekeken kan worden, zonder het hoofd te wenden. Het beeld is daardoor intiem en reflectief. Het zal ook te maken hebben met wat Hasse wil laten zien. Het gaat haar niet om het grote gebaar, zelfs niet om de grote gedachte. Het gaat om de combinatie van beeld en taal die op een zachte manier kortsluiting maken met de logica. Vreemd is het dan ook niet dat Hasse het gemakkelijkste terugvalt op haar moedertaal, het Duits. Ze laat daarmee ook zien dat de taal waarmee je opgroeit niet alleen maar handig is voor de betekenis. Het communicatieve van de taal schuilt ook in de klank en in de situatie en context waarin ze gebruikt wordt. Taal doet een beroep op de herinnering, zoals beeld dat ook doet. Hasse gaat in haar beelden steeds terug naar zo eenvoudig mogelijke vormen zonder opsmuk, zodat iedere kleur en iedere lijn een eigen functie krijgen. Met haar werken laat ze de realiteit stilstaan, het vacuüm dat dan ontstaat tussen beschouwer en realiteit, het absurde, wordt zichtbaar.

In haar recentere, grotere werken nodigt Angelika Hasse de kijker als het ware uit toe te treden tot de wereld die ze schept. De yeti in Yeti1 (2020) is bijna levensgroot en ook het huis in Wunsch-Zuhause (2020) streeft meer naar de grootte van een huis, nu ja, de grootte van een poppenhuis. De wereld wordt door die grootte enerzijds afstandelijker – je moet letterlijk meer afstand nemen om het geheel te kunnen zien – anderzijds krijgen beeld en taal een andere absurde betekenis. En wat dat huis betreft: geeft het bescherming en geeft de taal duidelijkheid?

Bertus Pieters, 2021

 

 

 

Publicaties/Media

Recensie ‘Dreierlei’ chm Koome’s Blog:

https://chmkoome.wordpress.com/2019/09/page/4/

 

Recensie ‘Wunderding’

Macht die Kunst…irgendeinen Sinn…? Und das Leben?

Angelika Hasse weet op subtiele wijze tekst en beeld te combineren tot een betekenisrijk, en daarmee zinvol geheel. Op het atelier staan dozen met tekstsnippers en plaatjes uit oude tijdschriften, die ze meenam uit haar geboorteplaats Neunkirchen in het Saarland naar Den Haag, sinds 1993 haar woonplaats. Is haar werk nostalgisch? Nee, maar er loopt wel een lijn naar haar afkomst, haar taal, haar familie en de vroege belevingswereld die zij met zich meedraagt. Opgeleid en werkzaam geweest in de grafische wereld, komt zij in haar vrije werk tot kleine maar fijne beelden, die getuigen van luciditeit en humor. Techniek en materiaal zijn uiteenlopend, van olieverf op paneel tot gouache en gomdrukken. Haar tentoonstelling ‘Wunderding’ is van 3 tot 30 november te zien in de galerie van Magasin Horaz, Molenstraat 19, Den Haag.

Diederik Gerlach, 2018

 

Recencie ‘Wunderding’ chm Koome’s Blog:

https://chmkoome.wordpress.com/2018/11/page/3/